Cocaïne algemeen

Cocaïne, kortweg coke, is een stimulerend middel. Het geeft een opgewekt, vrolijk gevoel.

Uiterlijk

Het is een wit kristalachtig poeder (cocaïnehydrochloride) en wordt verkregen uit de bladeren van cocaplanten (Erythroxylon Coca) die in Zuid-Amerika groeien. Van cocaïnehydrochloride kan weer een 'base' gemaakt worden door toevoeging van bijvoorbeeld natriumbicarbonaat of ammonia. Dit product wordt gekookte coke (base), crack, free base, zuivere coke, schone coke, bori, rock of simpelweg wit genoemd.

De werkzame stof is cocaïnehydrochloride.

Gebruik

Geschiedenis

De cocaplant groeit in Zuid-Amerika. Volgens archeologen kwam het gebruik van de cocabladeren in Ecuador al vijfduizend jaar geleden voor. Philips II van Spanje schreef de Spaanse kolonisten voor dat zij de indianen cocabladeren moesten geven, omdat zij dan langer op het land konden werken.

In West-Europa werd echter niet gekauwd op de cocabladeren. Toen ontdekt werd hoe cocaïne uit cocabladeren kan worden gehaald, werd het populair in Europa. Vanaf de 19de eeuw werd het voorgeschreven als lokaal verdovingsmiddel of als middel tegen honger en vermoeidheid. Sigmund Freud heeft het middel in zijn therapie gebruikt.

Bron: Trimbos-instituut


 

disclaimer | colofon